Kalmoes

Acorus calamus


© Bert Verbruggen

Ecologie & verspreiding
Kalmoes staat in en langs zonnig, voedselrijk, stilstaand of stromend, zoet, stikstofrijk, zwak zuur tot kalkrijk water boven bodems van zand, veen of klei. Ze groeit langs waterkanten en in water van allerlei water bevattende of vervoerende systemen, in moerassen, zowel in verlandingsvegetaties als in aangrenzende weilanden die ’s winters onder water staan. De plant stamt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië en is nu over grote delen van het gematigde Noordelijk Halfrond verspreid. Ze werd sinds 1557 in Europa ingevoerd in botanische tuinen en is vervolgens ingeburgerd. Kalmoes is algemeen in laagveengebieden en het rivierengebied, plaatselijk vrij algemeen in de Pleistocene gebieden en is elders zeldzaam. Ze valt op door haar gegolfde bladrand en de aromatische geur die vrijkomt bij kneuzing. Ze komt in onze streken wel tot bloei maar vormt geen vruchten, de verspreiding geschiedt d.m.v. wortelstokken of delen daarvan. Kalmoesextract wordt gebruikt ter stimuleren van de spijsvertering, in Deventer kruidkoeken en in de kruidenjenever Berenburg.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,60-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een kruipende en zich vertakkende wortelstok en wordt 1-3 cm dik.

Stengels/takken - De stengels zijn driekantig en afgeplat. Aan de ene kant zijn ze scherpkantig en aan de andere kant hebben ze een groef waaruit de bloeikolf te voorschijn komt. Aan de voet zijn ze vaak rood aangelopen. De plant groeit in pollen.

Bladeren - De bladeren zijn zwaardvormig, spits en 0,5-2 cm breed. Ze hebben vaak een gegolfde rand en verspreiden een zoete geur.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn groengeel, zeer klein en zitten in een dichte, smalle, opstijgende bloeikolf  (4-10 cm). Bloemen met  zes kelkachtige bloemdekbladen van minder dan 1 mm lengte en eveneens  zes  meeldraden.

Vruchten - Een bes. In Europa worden echter geen bessen gevormd. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één  jaar). Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige plaatsen in en langs, voedselrijk, stilstaand of stromend, zoet, zwak zuur tot kalkrijk water met een bodem van zand, veen of niet te zware klei.

Groeiplaats - Waterkanten en water (greppels, sloten, plassen, vijvers, kanalen, rivieren, rivierarmen en wielen) en moerassen (verlandingsvegetaties en aangrenzend weiland, dat 's winters onder water komen).
Familie: Acoraceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke oevers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website