Papegaaienkruid

Amaranthus retroflexus


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Papagaaienkruid staat op open, zonnige en warme, droge tot iets vochtige, voedselrijke, kalkarme en omgewerkte grond bestaande uit zand en zavel en op stenige plaatsen. De eenjarige plant groeit aan rivieroevers en basaltglooiingen, in bermen en akkers, in ruigten en moestuinen, op puinhopen, aan de voet van muren en tegen hekwerken, op haven-, industrie- en spoorwegterreinen, op braakliggende grond en andere ruderale plaatsen. Van oorsprong is Papegaaienkruid een Noord-Amerikaanse rivieroeverplant, thans komt de soort als kosmopoliet voor in alle werelddelen, ook in grote delen van Europa. Sinds de 19e eeuw komt ze voor in Nederland en is vrij algemeen, maar zeldzamer in het noorden. De dikke, rechtopstaande stengel is ruw door korte, dicht opeenstaande haartjes, de bladeren zijn ± ruitvormig met de grootste breedte iets onder het midden. De bloemkluwens vormen een compacte, dikke, onbebladerde en eindstandige pluim met witachtige, stijve en stekende schutbladen die langer zijn dan de bloemdekbladen. De 4-5-bladige bloemdekbladen zijn spatelvormig en de vruchten springen overdwars open.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,15-1,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels - Worteldiepte tot 1 meter.

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn vrij dik, gegroefd en ruw door korte, dicht bij elkaar staande haartjes.

Bladeren - De 5 tot 15 cm grote, elliptische bladeren hebben de grootste breedte iets onder het midden. Aan de onderkant zijn ze behaard op de nerven.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De 2 tot 3 mm grote bloemen zijn groenig wit. Er zijn 5 bloembladen. Bovenaan de stengel vormen de bloemkluwens een compacte, dikke, niet bebladerde pluim. Het stijve, stekende schutblad is 3 tot 6 mm.

Vruchten - Eenzadig, openspringend. De vruchten zijn afgeplat eivormig. De bloemdekbladen zijn meestal langer dan de vrucht. Deze is spatelvormig en stomp met een klein stekelpuntje. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, warme, open plaatsen op droge tot iets vochtige, voedselrijke, kalkarme, omgewerkte grond (zand, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Waterkanten (rvieroevers en basaltglooiingen), langs spoorwegen, braakliggende grond, akkers, moestuinen, wegranden, ruigten, puin, ruderale plaatsen, haventerreinen, industrieterreinen, aan de voet van muren en tegen hekwerken.
Familie: Amaranthaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: kalkarme akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website