Kleine leeuwenklauw

Aphanes australis


© Edwin Dijkhuis

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - herfst

Hoogte - 0,05-0,15 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn opstijgend of liggen min of meer stervormig uitgespreid.

Bladeren - De bladeren zijn heldergroen tot geelgroen, in omtrek ruitvormig, tot 0,5 cm lang en diep gespleten (handspletig). De slippen zijn ruim twee keer zo hoog als breed en met langwerpige tanden.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De zittende bloeiwijze is okselstandig. De bloemen zijn zeer klein (tot 2 mm) en komen niet buiten de steunblaadjes uit.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchtkelken zijn korter dan 2 mm, met samenbuigende kelkslippen. Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, matig kalkarme, zwak zure, goed gedraineerde grond (zand en grind).

Groeiplaats - Akkers (zandige akkers, met name roggeakkers), bosranden, grasland (gazons en vrij schraal laagblijvend grasland en weilandranden), begraafplaatsen, zeeduinen (binnenduinweiland), bermen en wegranden (langs zandwegen) en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).
Familie: Rosaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: kalkarme akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website