Wilde averuit

Artemisia campestris subsp. campestris


© Niels Eimers

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - augustus - herfst

Hoogte - 0,30-1,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels - De wortelstok is fors, veelkoppig en gaat tot 1½ meter diep.

Stengels/takken - De opstijgende stengels zijn vertakt, taai, glanzend bruinrood, weinig behaard en hebben een houtige voet.

Bladeren - De meestal gesteelde bladeren zijn 2 tot 3-voudig diep veerdelig. De bovenste bladeren zijn minder gedeeld en vaak zittend. Deze zijn lijnvormig tot bijna draadvormige en hebben 0,5 tot 1 mm brede slippen. Ze zijn zijdeachtig behaard, worden snel kaal en zijn dan glanzend donkergroen. Ze verspreiden maar een beetje geur.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De bloemhoofdjes vormen brede pluimen. De hoofdjes zijn 2 tot 3 mm groot, geel, geelgroen of bruinrood, eivormig en staan rechtop of ze staan af. De buitenste bloemen zijn vrouwelijk. De andere zijn mannelijk. De omwindselbladen zijn kaal of ze worden spoedig kaal.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, vrij open plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende en min of meer humusarme zandgrond.

Groeiplaats - Rivierduinen, dijken, langs spoorwegen, grasland, bermen (uiterwaarden), zeeduinen (bermen in de binnenduinen) en braakliggende grond.
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: droge, neutrale graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website