Zeealsem

Artemisia maritima


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Zeealsem groeit op zonnige plaatsen op vochtige tot natte, zilte enstikstofrijke, goed doorlatende bodems van slibhoudend en iets kleiig zand metgrondwater met een sterk wisselend zoutgehalte en verdraagt overstroming metzeewater. Zij staat op hoge, zandige plekken op schorren en kwelders, aan devoet van zeedijken, in zoutmoerasssen, in zoutpannen en op oeverwallen vanzilte kreken. De overblijvende en sterk geurende soort is beperkt tot de West-en Noord-Europese kusten, van Zuidwest-Frankrijk tot in het Oostzeegebied enstaat ook op binnenlandse zoutplekken in Duitsland. In Nederland is Zeealsemvrij algemeen langs de Wadden- en de Zeeuwse kusten, zeldzaam in Zeeland en opde Waddeneilanden en zeer zeldzaam langs de Hondsbossche Zeewering. Als gevolgvan de aanleg van dijken en de daarmee samenhangende verzoeting van hetoppervlaktewater ter plaatse is Zeealsem sterk afgenomen. p. Zij bevatsantonine, een wormafdrijvend en insectenwerend middel en werd vroeger gedroogden tussen beddengoed gelegd om de geur en tegen ongedierte.  Kampeerders gebruiken de plant wel  om muggen te weren. 
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - augustus - oktober

Hoogte - 0,30-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een korte, vertakte wortelstok.

Stengels/takken - De kruipende takken vormen bladrozetten en opstijgende bloeistengels. De stengelvoet wordt houtig. De stengels zijn grijs behaard. Vaak groeit Zeealsem in grote groepen.

Bladeren - De gesteelde en wollig behaarde bladeren zijn (3-) dubbelgeveerd met lijnvormige, 1 tot 2 mm brede, aan de top afgeronde en aan de zijranden omgekrulde slippen. Ze verspreiden een sterke geur.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemhoofdjes zijn 2 tot 3 mm lang, eivormig, knikkend of opgericht en geel of oranjegeel van kleur. Ze zijn 2-slachtig. De omwindselbladen zijn witviltig. De bebladerde pluimen hebben trosvormige takken.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, zilte grond (slibhoudend zand, maar niet uitgesproken kleiig).

Groeiplaats - Kwelders of schorren (hoge, zandige plekken), aan de voet van zeedijken, moerassen (zoutmoerassen) en waterkanten (oeverwallen van zilte kreken).
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Kwetsbaar
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: schorren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website