Akkerbedstro

Asperula arvensis


© Rutger Barendse

Ecologie & verspreiding
Akkerbedstro staat op open, zonnige, stikstofarme, basenrijke, matig voedselrijke, kalkrijke, droge tot matig vochtige leem- en lössbodems. Deze warmteminnaar groeit in akkers (voornamelijk met tarwe en gerst), in wijngaarden en op ruderale plekken met omgewerkte grond. Het is een kensoort van het Caucalidion-Verbond en ze heeft een Zuid- en Midden-Europese verspreiding en is verder ingeburgerd op een paar plaatsen elders. In Nederland waren een viertal vondsten bekend waar de efemere soort in graanakkers stond, namelijk 3 keer in Zuid-Limburg (bij Maastricht en bij Valkenburg) en eenmaal in de Oost-Flevopolder. De overige vondsten zijn als adventief te beschouwen en betreffen molenbelten, stortplaatsen en dergelijke. De soort is in heel Midden-Europa bedreigt door het braakleggen van extensief gebruikte akkers en door de intensieve landbouw met haar gevolgen. De zaden worden verspreid door de wind of dieren (zowel intern als extern). Aftreksels van de wortel werden medicinaal gebruikt als plasmiddel en tegen diarree.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 0,15-0,30 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn tenger en kaal.

Bladeren - De éénnervige, lijn- tot lancetvormige bladen groeien meestal meestal in kransen van zes (de onderste met vier, de bovenste met zes tot acht), van onderen en aan de rand zijn ze ruw.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien in kluwens (hoofdjesachtig), die omgeven worden door een veelbladig omwindsel. De bloemen zijn helderblauw of blauwviolet en de buis is veel langer dan de zoom. Ze hebben vier kroonbladen en worden 4-6 mm. De bloemhoofdjes zijn korter dan de buitenste schutbladen. De schutbladen zijn borstelig gewimperd.

Vruchten - Een splitvrucht. De kale, gladde, bruine vruchtjes zijn 2-3 mm. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op matig voedselrijke, matig droge tot matig vochtige, kalkrijke, lemige grond.

Groeiplaats - Akkers (tarwe- en gerstakkers), ruderale plaatsen en omgewerkte grond.
Familie: Rubiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: kalkrijke akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website