Kalkbedstro

Asperula cynanchica


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Kalkbedstro staat op zonnige, voedselarme, neutrale tot basische, iets kalkhoudende, stikstofarme, droge, leem-, steen- en zandbodems. Deze lichtminnaar groeit in zeeduinen, in kalkgraslanden, aan bosranden, in wegbermen en op rotsrichels. Het verspreidingsgebied omvat Zuid-, West- en Midden-Europa en strekt zich oostelijk (verbrokkeld) uit tot de Kaukasus en reikt op het Europese vasteland nog net België en Nederland. In Nederland kwam de plant voor in de duinen, het rivierengebied en Zuid-Limburg. Die laatste vindplaatsen sluiten aan bij de voormalige vondsten in België. De laatste vermelding stamt van Zwolle uit 1842. De soort valt op doordat de takken van de bladkransen ongelijk zijn. De bloemen geuren naar vanille, de kroon is van buiten ruw en vaak roodachtig, van binnen wit of rood. Uit de wortels werd een rode kleurstof gewonnen en medisch werd de plant aangewend tegen keelontstekingen. De kale en korrelige zaden worden via de wind of via dieren (zowel intern als extern) verspreid.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - september

Hoogte - 0,05-0,25 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De groene of grijsachtige stengels zijn tenger, min of meer liggend tot opstijgend, niet behaard en sterk vertakt.

Bladeren - De bladeren zijn smal langwerpig tot lijnvormig. Meestal zitten ze in kransen van vier. De bladeren hebben maar één  nerf en ook nog een stekelpuntje.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze bevat maar weinig bloemen. Ze vormen bijschermen, die veel langer zijn dan de niet-gewimperde schutbladen. De 2-3½ mm grote bloemkroon is trechtervormig, heeft vier  spleten en is roze of bleekpaars en aan de binnenkant witachtig.

Vruchten - Een splitvrucht. De vruchten zijn korrelig ruw. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, grazige plaatsen op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke zandgrond.

Groeiplaats - Zeeduinen, grasland (kalkgrasland), bosranden en wegranden.
Familie: Rubiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: voor 1900 verdwenen
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website