Bitter barbarakruid

Barbarea intermedia


© Pieter Stolwijk

Ecologie & verspreiding
Bitter barbarakruid staat op open en zonnige, grazige en vochtige, voedsel- en stikstofrijke, kalkarme veen- of kleigrond. Ze groeit in schrale tot bemeste wei- en hooilanden, in uiterwaarden, in bermen en op oevers van watergangen, op rivier- en spoordijken. Verder in akkers en boomgaarden, in struwelen en op stortplaatsen, op braakliggende grond en ruderale terreinen. De tweejarige plant stamt uit Midden-Europa en is tegenwoordig ook in heel West- en Zuid-Europa en in Noord-Afrika ingeburgerd. De soort werd tot voor kort als adventief voor Nederland beschouwd maar blijkt inheems te zijn. Ze is zeldzaam en komt voor door een groot deel van het land. Bitter barbarakruid is goed te onderscheiden van Vroeg barbarakruid door onder andere het geringere aantal zijslippen van de onderste bladeren (3-6 paar zijslippen tegen over 6-10 paar) en de gewimperde bladoortjes. De stijl- en vruchtlengte is ook duidelijk korter dan bij Vroeg barbarakruid, zo worden de vruchten hooguit 35 mm lang.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - juni

Hoogte - 0,10-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken -

Bladeren - Alle bladen zijn geveerd. De onderste bladen hebben drie tot vijf (soms tot zeven) paar zijslippen en de bovenste stengelbladen hebben een smalle, langwerpige tot lancetvormige eindslip en één tot drie paar zijslippen en gewimperde oortjes.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De lichtgele bloemen zijn 5-6 mm in doorsnee. De kelkbladen zijn kaal.

Vruchten - Een doosvrucht. De hauwen staan (vrijwel) rechtop. Ze zijn 1-3 cm lang en 2 mm breed. De 1-1½ mm lange stijl is dik en stomp. Samen vormen de hauwen een dichte, onregelmatige tros. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, iets open, grazige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, veen- of kleigrond.

Groeiplaats - Braakliggende grond, grasland (schraal grasland in de Maasvallei, vochtig bemest grasland, weiland, hooiland en uiterwaarden), bermen (o.a. slootbermen), rivierdijken en langs spoorwegen (spoordijken).
Familie: Brassicaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: vochtige, bemeste graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website