Zuurbes

Berberis vulgaris


© Peter Hegi

Ecologie & verspreiding
Zuurbes groeit op zonnige plaatsen op droge of enigszins vochtige, al niet kalkrijke en vrij voedselarme bodems bestaande uit mergel, duinzand en rotsachtige plaatsen. In Nederland laat Zuurbes zich zien als kalkminnende plant, in zuidelijker streken is zij niet aan kalk gebonden. Ze groeit in duinstruwelen en op lichtrijke plaatsen in bossen, aan bosranden en struwelen, in heggen en in struwelen op steile kalkhellingen. Het areaal omvat Zuidwest-Azië (tot bij de Kaspische Zee) en Europa, behalve in het noorden van Scandinavië. Ze is ingeburgerd in o.a. Australië, Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland. In Nederland is de soort plaatselijk vrij algemeen in de Zeeuwse en Hollandse duinen (van Texel tot Walcheren), vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en elders zeer zeldzaam. Ze wordt ook aangeplant. Ze bevat berberidine, dat als gele verfstof voor textiel en leer en ook als geneesmiddel tegen spijsverteringsstoornissen en verstoppingen gebruikt kan worden. Het harde hout wordt gebruikt voor inleg- en draaiwerk. De rode bessen zijn wrang, maar eetbaar en rijk aan vitamine C.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 1,00-4,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De lange takken zijn min of meer boogvormig, bruin of geelachtig en meestal met driedelige dorens. In de oksels groeien korte zijtakjes met een groepje bladeren, die uitlopen in een overhangende tros. In het jaar na de bloei groeien de zijtakjes uit tot lange takken.

Bladeren - De blauwgroene bladeren zijn 2 tot 6 cm. Ze zijn langwerpig omgekeerd eirond, gezaagd of getand en aan de voet in een korte steel versmald. Aan korte 3-doornige takjes staan ze dicht bijeen. Er zijn geen steunblaadjes.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). Hangende, 3 tot 6 cm lange trossen, die tegenover elkaarstaan of in kransen van 3 groeien, met zeer kleine schutblaadjes aan de voet van de bloemstee. De 6 tot 8 mm grote, sterk geurende bloemen zijn heldergeel en met 6 meeldraden en 1 stamper.

Vruchten - Een bes. De eetbare, maar zure, langwerpige bessen zijn oranjerood en bevatten 2 zaden. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op droge tot vochthoudende, kalkrijke, vrij voedselarme grond. In zuidelijker streken ook op kalkarme plaatsen (mergel, duinzand en rotsachtige plaatsen).

Groeiplaats - Zeeduinen (duinstruwelen), bossen (lichtrijke plaatsen), bosranden, struwelen, heggen en steile kalkhellingen (struwelen).
Familie: Berberidaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: struwelen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website