Akkerdravik

Bromus arvensis


© marcel bolten

Ecologie & verspreiding
Akkerdravik staat op open, zonnige tot iets beschaduwde, basenrijke, droge tot vochthoudende, stikstofarme tot matig stikstofrijke, goed doorlatende en matig voedselrijke, losse, humeuze, kalkhoudende tot kalkrijke, grindige zand-, leem- en kleigrond. Ze groeit in weilanden op schrale en droge grond, in bosranden, in bermen en op dijk-, spoorweg- en wegtaluds, in wijngaarden en graanakkers, op braakliggende en stortterreinen en op andere ruderale plaatsen. De plant stamt uit Zuidwest-Azië en Zuid-Europa en is elders in en buiten Europa adventief met gras- of klaverzaad ingevoerd en plaatselijk opgeslagen. De soort is op enkele plaatsen ingeburgerd in Zuid-Limburg en bij Nijmegen en is elders niet bestendig. Ze is goed van de andere Dravik-achtigen te onderscheiden door de afgeronde, 3-5-nervige lemma’s en aan de kenmerken van de helmknoppen, die 2,5-5 mm lang en 6-8 x zo lang als breed zijn en daarbij ook minstens half zo lang als de lemma’s.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - juli

Hoogte - 0,30-1,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Een tot 1 meter lange, rechtopstaande of geknikt opstijgende stengel.

Bladeren - De grijsgroene bladen worden tot 0,5 cm breed. Het tongetje is 2-4 mm lang.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijze is wijd vertakt. De takken staan na de bloei meestal wijd af. De wijd uitstaande pluim wordt tot twintig cm lang. De onderste pluimtakken dragen meestal meer dan één aartje. Het steeltje van het zijaartje is minstens zo lang als het aartje zelf (zonder de kafnaalden). De langwerpige aartjes zijn 1,5-2 cm lang en meestal rood aangelopen. De helmknoppen zijn 2,5-5 mm lang en zes tot acht keer zo lang als breed. De twee kelkkafjes zijn ongeveer even lang. Het onderste kelkkafje heeft drie tot vijf nerven, het bovenste zeven tot negen.

Vruchten - Een graanvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke, kalkhoudende tot kalkrijke grond.

Groeiplaats - Bermen en wegranden, akkers (graanakkers) en ruderale plaatsen (puinhopen).
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website