Fraai duizendguldenkruid

Centaurium pulchellum


© Bert Verbruggen

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - oktober

Hoogte - 0,01-0,15 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Worteldiepte tot 10 cm.

Stengels/takken - De stengels zijn vaak vanaf de voet gaffelvormig vertakt.

Bladeren - Er geen wortelrozet. De bladeren zijn eirond tot langwerpig, toegespitst en hebben drie  tot zeven  nerven.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De donkerroze, zelden witte, 0,5-1,2 cm grote bloemen vormen samen wijd vertakte bijschermen. Soms staan ze echter alleen. De smalle, langwerpige en spitse kroonslippen zijn 2-4 mm lang. De rijpe helmknoppen zijn iets gedraaid. De bloemen gaan alleen open als de zon schijnt.

Vruchten - Een doosvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open tot grazige plaatsen (pioniervegetaties) op natte tot vochtige, kalkhoudende, matig voedselarme tot matig voedselrijke, vaak verdichte grond. Zowel op zilte als op ontzilte plekken (zand met schelpgruis, leem, klei en kalkgrond).

Groeiplaats - Zeeduinen (jonge duinvalleien, in de overgangszone van schorren naar duinen, groene stranden, langs plassen), opgespoten grond, karrensporen, bermen (langs onverharde wegen), akkers, afgeplagde plekken, pas drooggevallen zandplaten, zandstrandjes, waterkanten (langs brakke weilandsloten, langs afgesloten zeearmen en langs kleiputten), afgravingen (natte plekken in leem- en kalkgroeven) en grasland (opengetrapte plekken op beweide kalkhellingen).
Familie: Gentianaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: pionier op matig voedselarme, vochtige grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website