Schubvaren

Asplenium ceterach


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Schubvaren staat op zonnig tot half beschaduwd, warm, droog, zwak basisch tot kalkrijk, niet te voedselarm tot niet te voedselrijk, stikstofarm substraat. Ze groeit met name op rotsen (vooral op kalksteen), in rotsspleten, op oude muren en op puinhellingen. Nederland ligt aan de noordrand van het Europese deel van het verspreidingsgebied op het vasteland van het continent. De plant is zeer zeldzaam verspreid door het land, voornamelijk in stedelijk gebied. Zeer recent is op de afsluitdam van het Oostvoornse Meer voor het eerst ook een terrestische (in de aarde wortelende) groeiplaats van Schubvaren gevonden. De soort toont in Nederland geen achteruitgang zoals in enkele andere West-Europese landen. De soort is als een Asplenium te herkennen aan de lijnvormige sporenhoopjes, die geen of een zeer kort dekvliesje dragen. Verder is de Schubvaren onmiskenbaar door haar bochtig gelobde tot gespleten bladeren en de zilverachtig glanzende, later bruine schubben aan de onderkant van het blad. De gele sporen worden door de wind verspreid. Schubvaren werd vroeger medisch gebruikt tegen miltkwalen en hypochondrie en is verder als een waterafdrijvend middel aangewend.
Familie: Aspleniaceae
Groep: varens (sporenplanten)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: muren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website