Harslakzwam

Ganoderma resinaceum


© Henk Huijser

Ecologie & verspreiding
De Harslakzwam (Ganoderma resinaceum) is een weinig algemene maar wel ruim verspreide tonderzwam die als necrotrofe (zwakte)parasiet vooral voorkomt aan de voet van oude, levende eiken (69%, n=362). Andere in ons land geregeld voorkomende waardplanten zijn beuk (14%), wilg (7%) en populier (2%). Er zijn twee meldingen van naaldhout. De standaardwerken maken daarvan geen melding maar ook in Engeland bestaan enkele meldingen van naaldhout. Ruim een vijfde van de vondsten betreft vondsten op dood hout (22%, n=344). Zelden groeien de vruchtlichamen op 1 tot enkele meters hoogte aan de stam. Het is een eenjarige soort waarvan de vruchtlichamen in de zomer verschijnen en in enkele weken een behoorlijke omvang kunnen bereiken (hoedbreedte tot 40 cm). Het vruchtlichaam heeft eerst een sterk opgezwollen roomkleurige groeirand, die verdwijnt naarmate de hoed vlakker wordt. Bij het volgroeid worden van het vruchtlichaam wordt de bovenzijde van de hoed bedekt door een dunne, glanzend roodbruine korst met een harslaag (smeltend bij verhitting). Bij droog weer is de hoed vaak geheel bedekt door een bruine laag sporen. De soort komt uitsluitend voor in open landschap, meestal aan bomen langs wegen maar ook in parken. Het zwaartepunt van de landelijke verspreiding ligt op de hogere zandgronden en plaatselijk in West-Nederland. De verspreiding lijkt vooral bepaald door de aanwezigheid van geschikte waardbomen (oude eiken). In Europa vooral in het midden en zuiden (noordgrens in Zuid-Zweden). Daarbuiten is de Harslakzwam een wijdverbreide soort in Azië, Noord-Amerika en tropisch Afrika.


Substraatvoorkeur: stammen, levend (21)
© 2024  NMV
Ga naar de volledige website