Wilde cichorei

Cichorium intybus


© Bert Verbruggen

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - augustus

Hoogte - 0,15-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een penwortel.

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn vertakt, gegroefd, dofgroen, meestal ruw behaard en bevatten melksap. Ze dragen maar weinig bladeren.

Bladeren - De rozetbladeren zijn langwerpig, bochtig veervormig gespleten en aan de voet steelachtig versmald. De stengelbladeren zijn langwerpig, minder ingesneden en zittend met een afgeknotte tot zwak hartvormige voet, die stengelomvattend is. Van onderen zijn de bladeren borstelig behaard.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemhoofdjes zitten in lange, zeer ijle schijnaren en op vertakkingspunten. De hoofdjes zijn 2½ tot 4½ cm groot. Ze zijn lichtblauw of heel zelden roze of wit. Alle bloemen zijn lintvormig, stralend en hebben een getande top. De bloemhoofdjesbodem is vlak en heeft geen stroschubben. De omwindselbladen hebben klierharen.

Vruchten - Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).De bruine zaden zijn kantig en minstens 8 keer zo lang als het kroontje van schubben. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkrijke en vaak verdichte grond (zavel, klei en puin).

Groeiplaats - Grasland (vochtig, licht bemest grasland, weiland, ruige grazige begroeiingen en uiterwaarden), bermen, wegranden (in de overgang van wegdek naar berm), rivierdijken, langs spoorwegen (spoorbermen), braakliggende grond, akkers (akkerranden) en puin.
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: vochtige, bemeste graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website