Lelietje-van-dalen

Convallaria majalis


© Bert Verbruggen

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 0,15-0,30 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Lange, dunne, kruipende en zich vertakkende wortelstokken met uitlopers. Worteldiepte 10 tot 50 cm.

Stengels/takken - De stengels zijn gootvormig. De steel van het ene blad omsluit die van het andere blad en heeft aan de voet groene of paarse schubben. Lelietje van dalen vormt grote groepen.

Bladeren - Elke plant heeft meestal 2 bladeren. Deze zijn gesteeld, elliptisch tot langwerpig en spits.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen slanke, naar 1 kant gekeerde trossen. Meestal zijn de bloemen 0,8 tot 1 cm lang. Ze zijn wit of soms roze, klokvormig en hangen aan gekromde steeltjes. Ze verspreiden een duidelijke geur. De korte stijl heeft een 3-lobbige stempel. De 6 bloembladen zijn, met elkaar vergroeid. De slippen zijn naar buiten gebogen.

Vruchten - Een bes. De rode bes bevat 2 blauwachtige zaden. De zaden zijn zeer kortlevend (< 1 jaar). Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Beschaduwdetot halfbeschaduwde plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, zwak zure grond (leem, löss, zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Bossen (loofbossen, parkbossen en landgoedbossen), zeeduinen (duinbossen), struwelen, brede houtwallen, brede hagen, grasland (bergweiden) en puin.
Familie: Asparagaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website