Calandsklokje

Convolvulus lineatus


Ecologie & verspreiding
Calandsklokje staat op zonnige, droge tot vochthoudende, matig voedselrijke, stenige grond. Het areaal van deze Europese en Midden-Aziatische soort strekt zich in Europa noordelijk uit tot de Vendée en het Plateau Centrale in Frankrijk, Zuid-Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en de Balkan. In Nederland is de plant in 1941 aangetroffen op een grazige, stenige dijk in de voormalige Calandspolder tussen Walcheren en Zuid-Beveland. Deze roze bloeiende Winde heeft zich hier met vele exemplaren gehandhaafd tot 1960 en is met het slechten van deze dijk bij het afsluiten van het Veerse Meer verloren gegaan. De soort is onmogelijk te verwarren met onze inheemse taxa van Convolvulus aangezien de soort smalle, lancetvormig bladeren heeft in tegenstelling tot de veel bredere en anders gevormde bladeren van de inheemse soorten.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,05-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De liggend-opstijgende stengels winden niet.

Bladeren - De zijdeachtig behaarde bladeren zijn langwerpig tot lijnvormig en naar de voet versmald.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn roze of wit met roze strepen. De kroon is drie tot vier keer zo lang als de kelk. De buitenste toegespitste kelkbladen zijn lijnvormig tot langwerpig.

Vruchten - De doosvrucht is behaard. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op vochthoudende, matig voedselrijke grond.

Groeiplaats - Grazige dijken en stenige plaatsen.
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website