Smal streepzaad

Crepis tectorum


© Gertjan van Mill

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - herfst

Hoogte - 0,07-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een lange penwortel.

Stengels/takken - De grijsgroene stengels zijn bebladerd en vertakt. Vooral naar boven toe zijn ze iets vlokkig behaard.

Bladeren - De rozetbladeren zijn getand tot veerspletig of soms liervormig. De stengelbladeren hebben naar beneden gerolde randen. Deze bladeren zijn lijnvormig, bochtig getand tot gaafrandig, zittend en meestal kaal.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De talrijke bloemhoofdjes zitten in losse pluimen. De hoofdjes zijn 1 tot 2 cm breed en meestal min of meer bekervormig. De lintbloemen zijn lichtgeel, ook aan de onderkant. De stijlen zijn bruinachtig groen. Het omwindsel is lijnvormig-langwerpig, grijsviltig en vaak iets beklierd. De buitenste omwindselbladen staan min of meer af. De binnenste zijn aan de binnenkant behaard.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De fijnstekelige zaadjes zijn ongeveer 3 mm lang. Ze hebben 10 ribben. Eerst zijn ze geel, dan oranje en tenslotte worden ze donkerbruin. Het vruchtpluis is wit. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, meestal kalkarme, vaak omgewerkte, zandige grond (zand, soms op klei).

Groeiplaats - Akkers (akkers en akkerranden), bermen, dijken, grasland, muren, ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten), langs spoorwegen (spoorbermen), bouwterreinen, haventerreinen, industrieterreinen en zeeduinen (verstoorde plekken).
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website