Geel cypergras

Cyperus flavescens


© Erik Simons

Ecologie & verspreiding
Geel cypergras staat op zonnige, open, vochtige tot natte, periodiek overstroomde, meestal dichtgeslagen, zwak zure, stikstofarme tot matig stikstofrijke, matig voedselrijke, basenrijke zand-, leem- en veenbodems. Als onbestendige pionier groeit ze op drooggevallen oevers van beekjes en kleine rivieren, op zandbanken langs rivieren, langs vennen en op natte heide. Ze is kensoort van het Nanocyperion-verbond en verdraagt geen ontwatering en bemesting. De wereldwijd verspreide soort werd vroeger zeer zeldzaam gevonden in het oosten en zuidoosten van ons land en verder in het rivierengebied. Geel cypergras heeft slechts een geringe capaciteit zich opnieuw op daarvoor geschikte standplaatsen te vestigen. De verdwijning uit ons land is te wijten aan vernietiging van de standplaatsen, ontwatering, eutrofiëring en het uitblijven van kleinschalige verstoring. Deze windbestuiver is vegetatief goed te onderscheiden van Bruin cypergras door haar geelachtige wortels, die bij laatstgenoemde namelijk roodachtige zijn. Natuurlijk mogen we het opnieuw opduiken van deze soort niet uitsluiten, zeker gezien de vrij recente vondst in aangrenzende Westfalen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,03-0,15(-0,50) m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Gelige wortels.

Stengels/takken - De stengels zijn scherp driekantig.

Bladeren - De bladeren zijn vaak gootvormig.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen samen een hoofdjesachtige kluwen van aren. Elke bloem heeft 3 meeldraden en één  stamper met twee  stijlen. De kafjes zijn strogeel met een groene kiel.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De nootjes zijn afgeplat (min of meer lensvormig). Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, matig voedselarme, meestal dichtgeslagen grond. Vaak op plaatsen die in de winter overstromen en 's zomers tijdelijk droogvallen. (Het meest op zand en veen).

Groeiplaats - Waterkanten (langs drooggevallen sloten, beekjes en kleine rivieren, zandbanken langs riviertjes en aan de randen van vennen) en natte heide.
Familie: Cyperaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: pionier op matig voedselarme, vochtige grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website