Moerassmele

Deschampsia setacea


© Adrie van Heerden

Ecologie & verspreiding
Moerassmele komt voor op matig voedselarme, zwak tot matig zure natte laagten op lemige zandgronden. Deze groeiplaatsen staan ‘s winters onder water en drogen ’s zomers zeer oppervlakkig uit. Dit zijn bijvoorbeeld venoevers, leemputten en blauwgraslanden. De soort kon tot halverwege de vorige eeuw nog lokaal algemeen voorkomen in het pleistocene deel van Nederland. Van deze groeiplaatsen resteert echter nog maar weinig aangezien Moerassmele zeer gevoelig is voor verdroging, bemesting en verzuring. Tegenwoordig staat ze dan ook als ernstig bedreigd op de Rode lijst. Venherstel in het Turnhouts vennengebied en de Kampina leert echter wel dat de soort weer kan opduiken als de juiste standplaatscondities worden hersteld. Dit biedt dus enige hoop voor de toekomst. Moerassmele kan met Bochtige smele worden verward. Moerassmele heeft echter een zeer spits tongetje, dichter opeen zittende aartjes en minder gekronkelde pluimtakken. De haarfijne blaadjes hebben een blauwgrijze tint en staan meer rechtop (“penseelachtig”). 
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - augustus

Hoogte - 0,30-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken -

Bladeren - De vrijwel rechtopstaande bladeren zijn blauwgrijs, vaak borstelvormig ingerold en 0,2 tot 0,4 mm breed. Het tongetje is spits en 3 tot 8 mm lang.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De pluimtakken zijn dikwijls S-vormig heen en weer gebogen. Na de bloei staan ze meestal rechtop. De spil van het aartje is verlengd (ongeveer half zo lang als de tweede bloem). De 2 bloemen staan daardoor vrij ver van elkaar. In omtrek lijkt het aartje driehoekig. De naald steekt duidelijk buiten de kelkkafjes uit.

Vruchten -

Bodem - Zonnige plaatsen op natte, voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure, kalkarme grond (lemig zand, eventueel bedekt met een dun laagje veen), met enige aanvoer van basenrijker grondwater. Gebonden aan overgangssituaties (gradiëntsituaties).

Groeiplaats - Heide (langs ondiepe heidevennen en uitgeveende laagten), waterkanten (in de zomer droogvallende, maar uitdrogende venoevers), zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (leemputten), ijsbaantjes en grasland (blauwgrasland).
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: voedselarme wateren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website