Grote kaardenbol

Dipsacus fullonum


© Willie Riemsma

Ecologie & verspreiding
De grote kaardenbol is een zomerbloeier die groeit op vochtige, kalkhoudende, omgewerkte grond in bermen, op dijken en in ruigten. De naam verwijst naar de wolkaarde; gebruikt voor het evenwijdig leggen van woldraden. Follonum betekent van de wolkammers. De grote kaardenbol kwam oorspronkelijk voor rond de Middellandse Zee en is al voor de middeleeuwen in Nederland ingevoerd. De plant is tweejarig en kan tot 2 meter hoog worden. De tegenoverstaande bladeren zijn met de vergrote bladvoet vergroeid en vormen een opvangbakje voor water. De bloemen beginnen vanuit het midden van de kolf te bloeien en bloeit tegelijk naar boven en beneden. De kaardenbol trekt veel insecten aan zoals solitaire bijen en hommels. Als de plant in de herfst afsterft blijft het verdorde skelet nog de hele winter staan.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - september

Hoogte - 0,90-2,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn naar boven toe vertakt en hebben driehoekig-priemvormige stekels op de ribben.

Bladeren - De bladeren groeien eerst in een rozet. Op onderkant van de middennerf zitten driehoekig-priemvormige stekels. De bladeren zijn langwerpig en grof, ongelijk gekarteld of hebben een gave rand. Elk paar is om de stengel samengegroeid.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De grote bloemhoofdjes  (3-9 cm) zijn stekelig. De bloemen zijn licht blauw-paars en hebben lange gebogen, stekende schutbladen en borstelvormige stroschubben, die langer zijn dan de bloem.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, humushoudende, basische en meestal kalkhoudende grond (klei en mergel, ook wel op stenige plaatsen en zand).

Groeiplaats - Dijken (rivieren en kanalen), ruigten (kalkrijke ruigten), pioniervegetaties, braakliggende grond, bermen (verstoorde plaatsen), langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), haventerreinen, industrieterreinen, plantsoenen, afgravingen (zandgroeven) en kapvlakten.
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: kalkrijke ruigten
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website