Grote kaardenbol

Dipsacus fullonum


© Bert Verbruggen

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - september

Hoogte - 0,90-2,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn naar boven toe vertakt en hebben driehoekig-priemvormige stekels op de ribben.

Bladeren - De bladeren groeien eerst in een rozet. Op onderkant van de middennerf zitten driehoekig-priemvormige stekels. De bladeren zijn langwerpig en grof, ongelijk gekarteld of hebben een gave rand. Elk paar is om de stengel samengegroeid.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De grote bloemhoofdjes  (3-9 cm) zijn stekelig. De bloemen zijn licht blauw-paars en hebben lange gebogen, stekende schutbladen en borstelvormige stroschubben, die langer zijn dan de bloem.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, humushoudende, basische en meestal kalkhoudende grond (klei en mergel, ook wel op stenige plaatsen en zand).

Groeiplaats - Dijken (rivieren en kanalen), ruigten (kalkrijke ruigten), pioniervegetaties, braakliggende grond, bermen (verstoorde plaatsen), langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen), haventerreinen, industrieterreinen, plantsoenen, afgravingen (zandgroeven) en kapvlakten.
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: kalkrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website