Brede stekelvaren

Dryopteris dilatata


© Simon Pepping

Ecologie & verspreiding
Brede stekelvaren prefereert halfbeschaduwde tot beschaduwde, droge tot vrij vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, stikstofrijke, zwak zure tot zure, humeuze zand-, leem- en veenbodems en stenige plaatsen. Ze groeit in loof- en naaldbossen, in parkbossen en op de hogere randen van moerasbossen zoals eendenkooien, in houtwallen, hakhout en struwelen, op kapvlakten, oude muren en steenglooiingen. Verder langs beschaduwde greppels, beken en sloten, in duinvalleien, duinstruweel en op open duinhellingen, ook op beschoeiingen van voormalige zeedijken. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het areaal. De plant is algemeen in ons land, maar minder algemeen in het noordelijke kleigebied, in Zeeland, in de Flevopolders en in het rivierengebied. De bladeren staan in iets overhangende bundels, de steel is zwartbruin en dicht bezet met grote, stevige, smalle en spitse en tweekleurige schubben. Ze hebben een donkerbruin middenveld en doorschijnende randen. De soort komt vaak samen met Smalle stekelvaren voor, maar staat op drogere en minder lichtrijke plekken.
Groep: varens (sporenplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website