Cipreswolfsmelk

Euphorbia cyparissias


© John Breugelmans

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - mei

Hoogte - 0,15-0,30 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels - Een wortelstok met uitlopers. Worteldiepte tot 50 cm.

Stengels/takken - De stengels zijn meestal vanaf de voet vertakt. De plant vormt vaak pollen.

Bladeren - De verspreid staande, lijnvormige bladeren zijn 2-3 mm breed en niet getand. Ze staan dicht opeen en zijn vrij dof groen. De schutblaadjes zijn vrij rond of niervormig. Tijdens de bloei zijn ze goudgeel, later zijn ze vaak rood aangelopen.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De gele bloemen groeien in schermen met negen tot achttien hoofdstralen. De honingklieren hebben meestal de vorm van een halve maan met hoornvormige uiteinden, die soms echter ontbreken.

Vruchten - Een kluisvrucht. Een drie mm grote, wrattige vrucht. De grijze zaden zijn zwak glanzend. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, vaak iets open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, basische, al of niet kalkhoudende, grazige grond (meestal zand, soms leem, zavel, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Rivierduinen, dijken, bermen, zeeduinen (kalkrijk duingrasland), struwelen, omgewerkte grond, opgespoten grond, langs spoorwegen (spoordijken en spoorwegterreinen), industrieterreinen, grasland (kalkgrasland), zandhellingen en rotsachtige plaatsen.
Familie: Euphorbiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: kalkgraslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website