Duits viltkruid

Filago vulgaris


© Piet Bremer

Ecologie & verspreiding
Duits viltkruid staat van nature op enigszins gebufferde bodem. Van oorsprong is het een bewoner van braakliggende akkers, maar de soort heeft zich uitgebreid naar kalkarme zandgrond waarin door bijvoorbeeld verharding van wegen betongruis of schelpen terechtgekomen is. Tegenwoordig is de soort vooral te vinden op de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe, in de duinen en verspreid in Noord-Brabant en Gelderland. Tussen 1950 en 1980 waren de toch al schaarse groeiplaatsen sterk achteruit gegaan. Sindsdien echter is deze plant aan een opmars bezig in globaal dezelfde gebieden als voorheen. Misschien dat het warmere klimaat hiertoe bijdraagt, want van oorsprong was Nederland de noordgrens van zijn verspreidingsgebied en kwam de soort lange tijd voornamelijk in Zuid Limburg voor.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - september

Hoogte - 0,10-0,40 m.

Geslachtsverdeling - polygaam

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande of iets afstaande stengels zijn onderaan meestal niet vertakt. Ze zijn grijswit viltig behaard. Forse exemplaren hebben verscheidene stengels.

Bladeren - De langwerpige tot lijnvormige bladeren hebben de grootste breedte onder het midden. Ze zijn naar de voet niet versmald en vaak iets golvend. Vlak onder de hoofdjeskluwens zitten geen bladeren die opvallend buiten de kluwens uitsteken.

Bloemen - Polygaam (bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). De gele bloemhoofdjes zitten met dertien  tot dertig  bij elkaar in dichte bolronde kluwens van 1-4 cm. Het omwindsel is zwak vijfkantig. De omwindselbladen zijn geel met een rechte top en met iets onder het midden een halvemaanvormige rode vlek.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot iets vochthoudende, voedselarme, niet bemeste, zwak zure tot iets kalkhoudende en vaak omgewerkte, humusarme grond (zand, leem, zavel en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Zanderige hellingen, braakliggende akkers, wegranden, zeedijken, zandwallen, afgravingen (grindgroeven), zeeduinen (open duinhellingen, op plekken die vermengd zijn met slootbagger en schelpgruis), grasland (open plekken in droog, neutraal grasland), bermen (open plekken), droge bosranden, langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en opgespoten grond.
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: droge, neutrale graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website