Spatelviltkruid

Filago pyramidata


Ecologie & verspreiding
Spatelviltkruid staat op open, warme, droge, matig voedselrijke, uitgesproken stikstofarme, goed doorlatende, vaak kalkrijke zand- en mergelgrond. Ze groeit in akkers en akkerranden, in bermen, op open plekken in droog, neutraal grasland en op ruderale plekken. Het Europese areaal omvat het zuidelijke en zuidwestelijke deel van het continent en reikt noordelijk tot in Zuid-Engeland. Deze lichtminnaar was vroeger zeer zeldzaam in het rivierengebied, vooral rondom Nijmegen en Arnhem, in duinen bij Den Haag en in Zuid-Limburg. Er zijn geen recente vondsten. De reden van de verdwijning van dit viltkruid uit Nederland is onbekend, ook in de omringende landen is de soort sterk achteruitgegaan en de noordgrens van het areaal is in de loop der jaren een stuk zuidelijker komen te liggen. Te onderscheiden van haar nauwe verwanten Geel en Duits viltkruid doordat ze normaal al vanaf de voet vertakt is en de bladeren boven het midden het breedst zijn. De naar buiten gebogen omwindselbladen zijn verder geheel geel.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - september

Hoogte - 0,10-0,30 m.

Geslachtsverdeling - polygaam

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn vaak al vanaf de voet vertakt. De zijtakken staan vaak vrijwel horizontaal af en liggen vrijwel. Ze zijn wit wollig of viltig behaard.

Bladeren - De bladeren zijn spatelvormig. Onder de hoofdjeskluwens zie je 2 tot 4 bladeren die opvallend buiten de hoofdjes uitsteken.

Bloemen - Polygaam (bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). De gelige bloemhoofdjes zitten met 5 tot 18 bij elkaar in kluwens. Het omwindsel is 5-kantig, doordat de middelste omwindselbladen op de rug scherp gekield zijn en zich bovenaan naar buiten krommen. Ze zijn vrijwel helemaal strogeel.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme, goed doorlatende, vaak kalkrijke grond (zand en mergel).

Groeiplaats - Akkers (akkerranden), bermen, grasland (open plekjes in droog, neutraal grasland) en ruderale plaatsen (storingsmilieus).
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: droge, neutrale graslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website