Harig knopkruid

Galinsoga quadriradiata


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - herfst

Hoogte - 0,20-0,45 m.

Geslachtsverdeling - polygaam

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn dof donkergroen. Onderaan zij ze dicht witbehaard en bovenaan hebben ze lange afstaande haren.

Bladeren - De bladeren zijn dof donkergroen, lang afstaand en wit behaard. De bladrand is wat sterker en dieper gezaagd dan bij Kaal knopkruid.

Bloemen - Polygaam (bloemen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). De lintbloemen zijn wit en de buisbloemen geel. De bloemhoofdjes zijn iets groter en de lintbloemen een beetje langer dan die van Kaal knopkruid. De langwerpige stroschubben zijn niet gedeeld en hoogstens zwak getand. Van de vruchtpluisschubben van de buisbloemen loopt een deel uit in een naaldvormige top.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op droge tot vochtige, voedselrijke grond (zand, dalgrond en klei). Meestal op iets zwaardere grond dan Kaal knopkruid.

Groeiplaats - Moestuinen, akkers (hakvruchtakkers), plantsoenen, ruderale plaatsen, aan de voet van muren, tussen straatstenen en omgewerkte of pas aangelegde bermen.
Familie: Asteraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website