Driehoornig walstro

Galium tricornutum


© Rutger Barendse

Ecologie & verspreiding
Driehoornig walstro staat op zonnige, open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, matig basenarme tot basenrijke, stikstofarme, kalkrijke klei- en zandgrond. De warmteminnende soort groeit in akkers (graan, hakvruchten of braakliggend), in bermen en op ruderale, verstoorde plekken. Deze kensoort van het Caucalidion-verbond is destijds vanuit het zuiden tot de gematigde streken van Europa doorgedrongen maar gaat in heel Midden-Europa al 60 jaar achteruit. In Nederland, dat aan de noordgrens van haar areaal ligt, is de plant vroeger een vrij algemeen akkeronkruid geweest en werd vooral aangetroffen in Zeeland en het rivierengebied. De laatste vondst dateert van 1975 maar de soort is na 1950 wel vaak adventief gevonden. De achteruitgang van de soort is al voor het gebruik van herbiciden begonnen en zal vooral te wijten geweest zijn aan de toen al betere zaadzuivering. Verder is de weinig concurrentiekracht bezittende plant bepaald ook geen liefhebber van bemesting en herbiciden zodat de moderne landbouw ook bepaald niet gunstig uitpakt voor haar.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - herfst

Hoogte - 0,10-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken -

Bladeren - De bladeren zijn aan de bovenkant kaal. Ze lijken op die van Kleefkruid.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloeiwijzen zijn na de bloei niet langer dan de bladkransen. De witte bloemen staan vaak met 3 bij elkaar. De buitenste zijn soms mannelijk.

Vruchten - Een splitvrucht. De vruchten zijn bolvormig. Ze dragen geen borstelharen, maar spitse wratjes. Per bloem is er meestal één  vrucht. De vruchtstelen krommen omlaag. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond (klei en zand).

Groeiplaats - Akkers (kalkrijke akkers), ruderale plaatsen, bermen (open plaatsen), storttereinen, braakliggende grond en omgewerkte grond.
Familie: Rubiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: kalkrijke akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website