Slipbladige ooievaarsbek

Geranium dissectum


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Slipbladige ooievaarsbek staat op open, zonnige, zwak basische en matig stikstofrijke tot stikstofrijke, vochtige en voedselrijke, kalkrijke, meestal klei-, leem en lössgrond en ook op stenige plaatsen. Deze cultuurvolger groeit al sinds eeuwen in akkers en akkerranden, op omgewerkte en braakliggende grond, in heggen, tuinen en in plantsoenen, in bermen en in graslanden, op stortplaatsen, dijken en slootkanten. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het areaal. De soort is algemeen in kleigebieden en in zuidelijk Nederland en vrij zeldzaam in het midden en oosten van het land. Binnen de groep van de eenjarige Nederlandse Geraniumsoorten is Slipbladige ooievaarsbek goed herkenbaar. Het taxon heeft roodgerande rozetbladeren die echter al tijdens de bloei verwelken, diep ingesneden bladeren waarvan de segmenten een binnennerf dragen. Verder is ze in alle ontwikkelingsstadia van de overige eenjarige soorten te onderscheiden door de afstaande, iets neerwaarts wijzende beharing op het bovenste deel van de stengel.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - september

Hoogte - 0,10-0,40 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels zijn bedekt met korte, afstaande haren en klierharen. De laatste met name in de bloeiwijze.

Bladeren - De stengelbladeren zijn diep gedeeld in lijnvormige slippen. De rozetbladeren hebben een rode rand. Tijdens de bloei verwelken deze laatste bladeren spoedig.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De uitgerande kroonbladen zijn paarsrood of roze en 4 tot 6 mm lang. Ze zijn even lang als de genaalde kelkbladen.

Vruchten - Een kluisvrucht. Op de deelvruchten groeien gewone haren en klierharen. De zaden zijn langlevend (> 5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselrijke, kalkrijke en meestal kleiige grond (klei, leem en löss).

Groeiplaats - Omgewerkte grond, heggen, akkers (akkers en akkerranden), tuinen, braakliggende grond, plantsoenen, dijken, bermen, grasland (weiland) en waterkanten (slootkanten).
Familie: Geraniaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website