Ronde ooievaarsbek

Geranium rotundifolium


© Koen van Zoest

Ecologie & verspreiding
Ronde ooievaarsbek staat op open, zonnige en warme, stikstofrijke, droge en zwak basische, matig voedselarme tot voedselrijke, kalkrijke en vaak steenachtige zand en mergelbodems. De eenjarige plant groeit in bermen en op zeedijken, in kalkgraslanden en wijngaarden, in akkers en voedselrijke ruigten, op wallen en stadsmuren, aan de voet van rotsen (voornamelijk kalkrotsen), op industrie-, haven- en spoorwegterreinen, in kalk- en grindgroeven, op riviergrindoevers en andere ruderale plaatsen. Nederland ligt aan de rand van het Europese deel van het areaal. De soort is zeer zeldzaam (maar toenemend) en komt voornamelijk voor in stedelijk gebieden en Zuid-Limburg. Rode ooievaarsbek in binnen de groep van eenjarige Nederlandse Geraniumsoorten goed te onderscheiden. Ze heeft o.a. 3-hoekige, paarse steunblaadjes, de onderste bladeren zijn rondachtig en hebben 5-7 (9) lobben die elk weer 3 spitse slippen dragen. Verder hebben de roze kroonbladen een witte voet en zijn aan de top afgerond tot zeer weinig uitgerand.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - september

Hoogte - 0,10-0,40 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - Op de rechtopstaande of opstijgende stengels groeien gewone haren en klierharen. Vaak zijn de stengels roodachtig.

Bladeren - De onderste bladeren zijn tot minder dan de helft in 5 tot 7 afgeronde en aan de top getande slippen gedeeld. De bovenste bladeren zijn dieper ingesneden en hebben spitse slippen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen samen ijle bloeiwijzen. De kroonbladen zijn roze, aan de voet wit, niet of nauwelijks uitgerand en 5 tot 7 mm lang. De kelkbladen zijn 5 tot 6 mm lang.

Vruchten - Een kluisvrucht. De deelvruchtjes zijn aanliggend behaard en niet geribd. De vruchten staan op afstaande stelen die uiteindelijk rechtop staan. De zaden hebben een mazenpatroon. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot voedselrijke, kalkrijke en vaak steenachtige grond (zand, mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Dijken bij de zee, bermen, grasland (kalkgrasland), heggen, wallen, akkers, wijngaarden, ruigten (voedselrijke ruigten), stenige plaatsen, stadsmuren, industrieterreinen, haventerreinen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen) en afgravingen (kalk- en grindgroeven).
Familie: Geraniaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke ruigten
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website