Gele hoornpapaver

Glaucium flavum


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Hoornpapaver staat op zeer open, zonnige, droge tot vochtige, zeer voedsel- en stikstofrijke, brakke, zwak basische tot kalkrijke zand- en kleibodems en op stenige plekken. De giftige plant groeit op met zand overstoven vloedmerken aan de duinvoet, op omgewerkte of enigszins ruderale grond in de duinen, in akkers, op rolsteenstranden en klippen. Nederland valt geheel binnen de Atlantische uitloper van het Europese areaal van deze kustplant. De soort is zeer zeldzaam langs de Nederlandse kust, maar vaak onbestendige en soms ook adventief. De plant is onmiskenbaar door haar groenblauwe kleur, de stengelomvattende bladeren, de grote gele bloemen en de lijnvormige vruchten. Ze bevat oranje melksap dat vroeger (en nog?) gebruikt tegen wratten. Hoornpapaver wordt door insecten bestoven en kan als een steppenroller zijn zaden verspreiden, die verder verspreid kunnen worden door de wind en door mieren. Ook kunnen de olierijke zaden lang blijven in zeewater blijven drijven en behouden hun kiemkracht lang.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,30-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De iets vlezige stengels zijn bijna kaal, alleen onderaan zijn ze iets behaard. Ze bevatten oranjegeel melksap.

Bladeren - De langwerpige bladeren vormen rozetten. Ze zijn bochtig veerdelig, ruw behaard, gesteeld, blauwgroen en met grof gezaagde slippen. De stengelomvattende stengelbladen hebben een hartvormige voet. De bovenste bladeren zijn eirond en gelobd.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De alleenstaande, gele bloemen zijn 6-9 cm. De kroonbladen zijn vaak verschillend van grootte. In de knop zijn ze ingerold. Het vruchtbeginsel heeft twee  stempels.

Vruchten - Een doosvrucht. De lijnvormige vruchten zijn 15-30 cm lang en meestal gebogen. Ze zijn kaal of ruw door knobbels. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op droge tot vochtige, brakke, voedselrijke, kalkrijke grond (duinzand, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Zeeduinen (op ondergestoven vloedmerk aan de duinvoet (duinzand vermengd met stro of ander afval), op omgewerkte of enigszins ruderale grond in de duinen), keien- en kiezelstranden (rolsteenstranden), klippen en braakliggende grond.
Familie: Papaveraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: zeeduinen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website