Dennenorchis

Goodyera repens


© Bert Blok

Ecologie & verspreiding
Dennenorchis staat op beschaduwde, droge tot iets vochtige, voedsel- en stikstofarme, meestal zure, goed doorluchte zand- en lemige grond, wortelt in de bovenste humuslaag van verteerd (naalden)strooisel en vereist een hoge luchtvochtigheid. Ze is gevoelig voor betreding (verstoring van de humuslaag). Ze groeit niet alleen in naaldbos en de vroege overgang van naald- naar loofbos maar ook in berkenbos of onder Kraaiheide, waarbij een goeddeels gesloten kroondek, mossen en een dunne humuslaag de vereiste luchtvochtigheid waarborgen. Nederland ligt aan de noordwestgrens van het Europese deel van het verspreidingsgebied. De soort is zeldzaam in het Waddendistrict, maar plaatselijk algemeen bij Schoorl en op Terschelling en elders zeer zeldzaam. Dennenorchis is als neofiet van naaldbossen pas in 1880 op de Veluwe gevonden. Kenmerkend voor het taxon zijn de wintergroene, vrij donkere en dwarsgenerfde bladeren in combinatie met de, in een spiraal geordende en naar één zijde gekeerde, witte tot gelige, zoet geurende bloemen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - augustus

Hoogte - 0,10-0,30 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Kruipende, vertakte wortelstokken, die eindigen in bladrozetten (uitlopers).

Stengels/takken - De stengels zijn bovenaan klierachtig behaard.

Bladeren - Wintergroen. De vrij donkergroene rozetbladen zijn 1-3 cm. Ze zijn eirond met een vrij spitse top en een steelvormig versmalde voet. De hoogtenerven zijn door vrij opvallende dwarsnerven met elkaar verbonden. De stengelbladen zijn schedevormig met aan de voet vergroeide randen. Hogerop zitten enkele schutbladachtige bladen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De zoet geurende bloemen vormen samen een smalle, vrij dichte aar met tien tot vijftien bloemen die naar één kant zijn gekeerd. Ze zijn 3-4 mm en wit of gelig en van buiten groenig. De bloemlip is niet gedeeld en aan de voet zakvormig verdiept. Naar de top is de lip tongvormig naar beneden gebogen. Er is geen spoor.

Vruchten - Een doosvrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, voedselarme, meestal zure grond. Dennenorchis wortelt in half-verteerd naaldenstrooisel. Goed doorluchte grond (zand en lemig zand).

Groeiplaats - Bossen (dennenbossen en andere mosrijke naaldbossen) en zeeduinen (duinvalleien en soms onder berken of kraaihei in de duinen en in jeneverbesstruweel). Dennenorchis komt voor in voedselarme, iets vochtige dennenbossen. Vooral in dennenbossen met een slecht ontwikkelde struiklaag komt de soort voor. Vaak kenmerkt de vegetatie zich door een dikke moslaag. De kruidlaag bedekt weinig van de bodem en bestaat onder andere uit Zandzegge, Gewoon struisgras en Eikvaren. Zodra de kruidlaag zich verder ontwikkelt en er ook een struiklaag ontstaat zijn de omstandigheden voor Dennenorchis minder gunstig geworden en verdwijnt de soort.
Familie: Orchidaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website