Duindoorn

Hippophae rhamnoides


© A.L. Gutjahr

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - mei

Hoogte - 1,20-4,50 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, tweehuizig

Wortels - Een groot wortelstelsel met meer dan 1 meter diepgaande hoofdwortels en horizontale uitlopers.

Stengels/takken - De doornige takken zijn dun en overdekt met zilverkleurige schubben, die later donkerbruin worden.

Bladeren - De verspreid staande bladeren zijn lijnvormig-langwerpig tot smal spatelvormig. Ze hebben een gave rand en een korte steel. Van boven zijn ze grijsgroen en van onderen witachtig.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De struiken zijn tweehuizig. De groenige bloemen groeien in de oksels van dicht bij elkaar geplaatste, bruine knopschubben. Ze verschijnen voor de bladen. Mannelijke bloemen hebben twee  min of meer rechtopstaande ronde slippen, die samen de vier  meeldraden helemaal kunnen omsluiten. Vrouwelijke bloemen zijn spoelvormig en hebben bijna allemaal geen steeltje. De lange stempel is roodbruin.

Vruchten - Een vlezige schijnvrucht. De oranje bessen zijn bijna bolrond en 6-8 mm. Ze zijn eetbaar, maar vrij zuur. In de winter kunnen de bessen gaan gisten, hierdoor kunnen vogels (o.a. kramsvogels) dronken worden. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op droge tot vrij vochtige, voedselarme, kalkhoudende, humusarme grond. De struik verdraagt zout (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaats - Zeeduinen (duinstruwelen en zandvlakten), opgespoten grond (met kalkrijk zand), langs spoorwegen (spoordijken), rotskusten, waterkanten (rivieroevers), grindafzettingen in gebergten en kiezelbanken.
Familie: Elaeagnaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: struwelen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website