Grote wolfsklauw

Lycopodium clavatum


© Jelle Hofstra

Ecologie & verspreiding
Grote wolfsklauw staat op zonnige, soms lichtbeschaduwde, vrij droge en beschutte, voedsel- en stikstofarme, zure en kalkarme, vaak enigszins verstoorde zandgrond en op stenige plaatsen. De plant groeit vooral op noordhellingen in heiden, borstelgraslanden en naaldbossen, met name lichte dennenbossen en in loofbossen, voornamelijk eiken-berkenbossen, in karrensporen, op open grazige heiden met verspreid groeiende Grove dennen, op zandwallen en soms in schrale bermen, in grindgroeven en terreininsnijdingen. Ze is bestand tegen stagnerend water en uitdroging, maar verdraagt afbranden slecht. Nederland valt geheel binnen het Europese deel van het verspreidingsgebied. De soort was nog in de 20e eeuw vrij gewoon in heidestreken, voornamelijk in het noordoosten en midden van het land. Tegenwoordig is ze zeldzaam op de zandgronden in het noordoosten en midden van het land en elders zeer zeldzaam. Het taxon is sterk achteruit gegaan door biotoopvernietiging en door de neerslag van luchtverontreiniging waardoor de symbiose tussen prothallia en mycorrhiza verstoord is.
Familie: Lycopodiaceae
Groep: wolfsklauwen (sporenplanten)
Status: Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: droge heiden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website