Akkermunt

Mentha arvensis


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - herfst

Hoogte - 0,15-0,45 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Zowel ondergrondse als bovengrondse uitlopers.

Stengels/takken - De holle, vierkante, liggend-opstijgende tot rechtopstaande bloeistengels zijn behaard, met aan de top een bosje kleine bladen.

Bladeren - De tegenoverstaande, 2-6 cm lange en 1-2 cm brede bladen zijn duidelijk gesteeld en zeer variabel (rondachtig tot langwerpig, maar meestal eirond), min of meer scherp gezaagd tot gekarteld, maar soms bijna gaafrandig. Aan de top dragen de bloeistengels enige bladparen zonder schijnkrans.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De schijnkransen staan op afstand van elkaar in de oksels van gewone bladen. De behaarde kelk is klokvormig (2-3 mm lang) met korte driehoekige tanden (ongeveer even lang als breed). De paarse, soms roze of bijna witte kroon is 4-8 mm lang. De kroon is vaak wat donkerder dan bij andere inheemse Munten (behalve op schaduwrijke plaatsen). De meeldraden steken buiten de bloem.

Vruchten - Een vierdelige splitvrucht. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot half beschaduwde, open tot grazige plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot voedselrijke grond (op de meeste grondsoorten). Meestal op plaatsen met een wisselende waterstand.

Groeiplaats - Bermen, grasland (weiland en hooiland), heide (afgeplagde plekken op drassige leemgrond), waterkanten (droogvallende oevers van vennen en greppels), bossen (langs natte paden in loofbossen), verslempte akkers en tuinen (moestuinen).
Familie: Lamiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: storingsmilieus
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website