Pijpenstrootje

Molinia caerulea


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - september

Hoogte - 0,30-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Lange, vrij dikke wortels. Worteldiepte 50 cm tot meer dan 1 meter.

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels hebben alleen aan de voet 1 of enkele knopen. Ze zijn hier bolvormig verdikt. Het onderste stengellid is ongeveer 5 cm lang en vaak naar de top verdikt. Pijpenstrootje vormt dichte pollen.

Bladeren - De dof blauwachtig groene bladeren zijn 0,3 tot 1 cm breed. Voor ontplooiing zijn ze ingerold. Verder zijn ze vlak, ruw, verspreid behaard tot kaal en hebben op de overgang van de bladschede naar de bladschijf een dichte kraag van haartjes.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloempluim is smal en tot 40 cm lang. De pluim is in de onderste helft onderbroken en heeft korte, bijna rechtopstaande zijtakken. De aartjes zijn 4 tot 9 mm lang en bevatten 1 tot 4 bloemen Ze zijn bleekgroen, leiblauw of paarsig. De helmknoppen en de stijlen zijn paars. Het onderste kelkkafje heeft 1 nerf, is 3 tot 4 mm lang en iets kleiner dan het bovenste kelkkafje dat 1 of 3 nerven heeft. Ze zijn niet genaald.

Vruchten - Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme, zwak zure tot zure, kalkarme, humeuze tot venige grond (zand, leem of veen).

Groeiplaats - Heide, waterkanten (langs greppels en vennen), moerassen (veenmoerassen en veenmosrietland), zeeduinen (duinvalleien), bermen, grasland (schraal grasland), bossen (moerasbossen en broekbossen) en kapvlakten.
Familie: Poaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: natte heiden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website