Wilde narcis

Narcissus pseudonarcissus subsp. pseudonarcissus


© Edwin Dijkhuis

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - maart - mei

Hoogte - 0,15-0,30 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Bollen en nevenbollen. Vaak groeit Wilde narcis in groepen.

Stengels/takken -

Bladeren - De wortelstandige bladeren zijn meestal grijsgroen. Verder zijn ze lijnvormig en 0,6 tot 1½ cm breed.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De knikkende tot recht afstaande bloemen staan meestal afzonderlijk. Ze hebben lichtgele bloemdekslippen en een heldergele bijkroon, die naar boven maar een klein beetje is verwijd. De bloemsteel is 3 tot 12 mm lang. De stijl is draadvormig en heeft een 3-lobbige stempel. Trompetnarcis: De bloemstelen steken duidelijk boven de bladeren uit. Zowel de bloemdekbladen als de bijkroon zijn heldergeel. De bijkroon wordt naar boven toe wijderd.

Vruchten - Een doosvrucht met een vliezige wand. De zaden zijn zwart. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige tot vrij natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot vaak zwak zure, humeuze grond (zandig leem, leem en laagveen).

Groeiplaats - Grasland (beekdalgrasland en bergweiden), bermen, bossen (lichte loofbossen, bij buitenplaatsen en moerasbossen), bosranden, bosjes, soms op ruderale plaatsen en hellingen.
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: vrij zeldzame soort
Ecologische groep: droge heiden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website