Zegekruid

Nicandra physalodes


© Adrie van Heerden

Ecologie & verspreiding
Zegekruid is een warmteminnende soort van zonnige, open plekken op voedselrijke, vrij droge, matig zure tot matig basische, stikstofrijke, omgewerkte zandgrond, humusrijke grond en klei. De plant groeit op verstoorde plaatsen, onder meer op bouwterreinen, op braakliggende terreinen, op puin, langs gevelmuren, aan boomvoeten, in omgewerkte bermen, tussen trottoirtegels, op ruderale plekken, in ruigten, op aardappelakkers en in moestuinen. De soort is in Nederland vrij algemeen en vanaf het begin van de vorige eeuw op veel plaatsen ingeburgerd. Voor 1980 was Zegekruid in Nederland nauwelijks bekend. Nadien is de soort in het stedelijk gebied een normale verschijning geworden. Zegekruid komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. De plant werd in de achttiende eeuw in Peru ontdekt en wordt daarom in Engeland wel ‘de appel van Peru’ genoemd. De soort is in Nederland waarschijnlijk deels adventief en deels een verwilderde sierplant.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - oktober

Hoogte - 0,30-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn vertakt en stinken enigszins.

Bladeren - De verspreidstaande, gesteelde, eironde tot langwerpige bladeren zijn 4 tot 15 cm lang. Ze zijn onregelmatig bochtig getand.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). In de oksels van de bovenste bladen groeien alleenstaande, klokvormige bloemen. Ze zijn blauw, maar aan de voet wit. De halfknikkende bloemen worden 2 tot 4 cm. Ze verwelken snel.

Vruchten - Een bes. De groene, knikkende vruchtkelk is na de bloei vergroot en opgeblazen. De vruchtkelk is 5-kantig en omvat de giftige, bijna bolvormige, bruinachtige of geelgroene, droge 1,5 tot 2 cm grote bes. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op voedselrijke, vrij droge, omgewerkte grond.

Groeiplaats - Moestuinen, akkers (aardappelakkers), ruigten, ruderale plaatsen, bermen (omgewerkte plaatsen) en braakliggende grond.
Familie: Solanaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke akkers
© 2020  FLORON
Ga naar de volledige website