Watergentiaan

Nymphoides peltata


© Willem Braam

Ecologie & verspreiding
Watergentiaan groeit in neutraal tot basisch zoet water op rivierklei, zowel op droogvallende plaatsen als enkele meters diep. De meest uitbundige vegetaties met Watergentiaan worden in rivier begeleidende wateren gevonden: verlandende oude lopen en wielen. Daarnaast is Watergentiaan vrij algemeen in aangrenzende laagveengebieden met lokale kleiafzettingen. Op venige en zandige bodem zonder klei wordt zij aangetroffen indien het water- en bodem milieu voldoende voedselrijk en gebufferd is. In Nederland is Watergentiaan vrij algemeen, maar niet in de (brakke) zeekleigebieden. In het laatste kwart van de vorige eeuw heeft Watergentiaan kunnen uitbreiden naar de van oorsprong voedselarme zandgronden van oost Nederland. Zeer recent neemt zij op de pleistocene zandgronden van oost Friesland en Drenthe weer af. Watergentiaan is een opvallende waterplant met vrij grote gele bloemen en daarom niet gauw met een ander te verwarren. Valt de groeiplaats droog, dan worden kleine op speenkruid gelijkende bladen gevormd.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - september

Hoogte - 0,90-1,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De lange, groene stengels zijn wat vlezig. Ze kruipen over of vlak onder het bodemoppervlak en wortelen op de knopen. Watergentiaan kan een een omvangrijke vegetatie vormen.

Bladeren - De drijvende bladeren zijn zeer lang gesteeld en vrij rond. Ze zijn maar zelden meer dan 10 cm igroot en hebben een diep hartvormige insnijding met daarin de steel. Aan de bovenkant zijn ze wat blauwig en van onderen vaak dieppaars. De rand is vaak zwak geplooid.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen steken boven het water uit. Ze zitten in schermvormige bundels in de bladoksels. Ze zijn geel en 3 tot 5 cm groot. De kroonbladen hebben een donkerder middenstreep en zijn gewimperd. De kelkslippen zijn langwerpig.

Vruchten - Een doosvrucht. De groene vruchten zijn flesvormig. De grote zaden zijn plat, lichtbruin en waterafstotend. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen in ondiep tot vrij diep, stilstaand of zwak stromend, voedselrijk, zoet, zwak zuur tot kalkhoudend, helder water met weinig organische stof op de bodem. Zoutmijdend (vooral op klei, ook wel op venig zand en venige klei, maar niet op puur veen).

Groeiplaats - Water (plassen, kanalen, sloten, oude doorbraakkolken langs de rivieren, oude rivierarmen, spoorsloten, vijvers, afwateringskanaaltjes, duinplassen aan de binnenduinrand en veenriviertjes).
Familie: Menyanthaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke wateren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website