Bleke klaproos

Papaver dubium


© Ab H. Baas

Ecologie & verspreiding
Bleke klaproos staat op een open, zonnige en warme, omgewerkte, basen- en stikstofrijke, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, droge tot vochtige, matig zure tot vrij kalkarme bodem die uit allerlei grondsoorten kan bestaan, verder ook op stenige plaatsen. De eenjarige plant (vaak als pionier) groeit in graanakkers en akkerranden, in bermen, op omgewerkte- en braakliggende grond, op spoorweg- en industrieterreinen, op ruderale plekken in de zeeduinen, op rotsen en puin en op andere ruderale plaatsen. Ze is inheems in het Middellandse Zeegebied en is als cultuurvolger op vele plaatsen van de wereld terecht gekomen en ingeburgerd. In Nederland is de soort algemeen, maar ze komt minder voor in het noordoosten, op de Veluwe en in Flevoland. Bleke klaproos verschilt van Grote klaproos door o.a. de verschillende beharing op de bloemstelen, het kleinere aantal stempelstralen, het verschil in lengte-breedteverhouding van de doosvrucht en doordat de bladeren geen uitgetrokken eindslip hebben.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - augustus

Hoogte - 0,20-0,60 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De behaarde stengels zijn al of niet vertakt aan de voet. Ze bevatten wit melksap. De bloemstelen zijn bedekt met aangedrukte borstelharen.

Bladeren - De grijsgroene, langwerpige tot eironde bladeren zijn dubbel veerdelig met meestal smalle, gave of weinig gekartelde slippen. De bovenste slip is niet of weinig groter dan de andere (er is geen duidelijke eindlob).

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn 3-7 cm. De kroonbladen zijn licht oranjerood en meestal niet gevlekt aan de voet. Ze bedekken elkaar voor een deel. Het vruchtbeginsel is peervormig en kaal, met vijf tot negen bruingroene stempelstralen. De meeldraden zijn lijnvormig en niet verdikt. De helmknoppen zijn blauwachtig.

Vruchten - Een doosvrucht. De knotsvormige doosvruchten zijn kaal en drie tot vier keer zo lang als breed. Ze hebben een versmalde voet. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op omgewerkte, droge tot vochtige, neutrale tot vrij kalkarme, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke grond (zand, leem, zavel, lichte klei, löss, mergel en stenige grond).

Groeiplaats - Akkers (graanakkers en akkerranden), bermen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), industrieterreinen, ruderale plaatsen, puin, zeeduinen (ruderale plaatsen), omgewerkte grond en braakliggende grond.
Familie: Papaveraceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: kalkarme akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website