Grauwe abeel

Populus x canescens


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - april

Hoogte - 20,00-30,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, tweehuizig

Wortels - Veel wortelopslag.

Stengels/takken - De jonge takken en knoppen zijn witviltig.

Bladeren - Alle bladeren zijn gelijk van vorm. Ze zijn afgerond driehoekig tot rondachtig en grof, ondiep en onregelmatig getand. De bovenkant is donkergroen, de onderkant grijsviltig. Aan de voet zijn de bladeren afgeknot tot zwak hartvormig.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). De katjes zijn iets langer en hariger dan die van Witte abeel. De katjesschubben zijn onregelmatig getand, diep ingesneden en gewimperd.

Vruchten - Een doosvrucht. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op droge, matig voedselrijke, meestal kalkhoudende grond.

Groeiplaats - Zeeduinen (binnenduinbossen), bossen (loofbossen) en struwelen.
Familie: Salicaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: stinseplant
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website