Langstengelig fonteinkruid

Potamogeton praelongus


© Bert Lanjouw

Ecologie & verspreiding
Langstengelig fonteinkruid heeft een voorkeur voor voedselrijk diep water, al staat ze plaatselijk ook wel in ondieper water (minder dan 1 meter diep). Verondersteld wordt dat ze vooral voorkomt op plekken waar koel, bicarbonaatrijk kwelwater toestroomt. De soort is vanouds zeer zeldzaam, met concentraties van vindplaatsen in grensgebieden van zand en veen. Ze is sinds 1950 achteruitgegaan. Het laatste decennium wordt Langstengelig fonteinkruid weer wat vaker aangetroffen, meestal in gebieden waar ze ook in het verleden is gevonden. In Noord-Drenthe is ze momenteel vrij algemeen in het Eelder- en Peizerdiep en daarmee in verbinding staande watergangen. Er zijn aanwijzingen dat hier sprake is van een recente toename, vermoedelijk door vestiging uit zaadbank. Langstengelig fonteinkruid leeft verborgen: de bovenste bladeren blijven vaak op enige afstand van de waterspiegel. In het veld kan ze verward worden met Glanzend fonteinkruid en ondergedoken exemplaren van Rossig fonteinkruid. Kenmerkend voor Langstengelig fonteinkruid zijn de vertakte zigzagsgewijs heen en weer gebogen stengel, de lange vruchtstelen en de half stengelomvattende bladeren met een kapvormige bladtop.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juli - augustus

Hoogte - 1,50-2,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Een wortelstok.

Stengels/takken - De rechtopstaande stengels zijn meestal vertakt. Ze worden tot enkele meters lang en zijn zigzagsgewijs gebogen.

Bladeren - De ondergedoken bladeren zijn groen, langwerpig met de grootste breedte in de onderste helft, hebben een afgeronde voet en zijn halfstengelomvattend. Verder zijn ze golvend, hebben ze een kapvormige top en zijn ze 5 tot 15 cm lang en 2 tot 3 cm breed. De randen zijn gaaf. De bovenste stengelbladeren zijn witachtig, kort, enigszins afgeplat en zigzagsgewijs heen en weer gebogen. De steunblaadjes gaan vezelen. Ze blijven lang zitten aan de oudere stengels.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen zijn groenig. De vruchtaar is 3 tot 5 cm lang. De aarstengel is vrij slank, niet of nauwelijks knotsvormig en wordt tot meer dan 20 cm lang.

Vruchten - Een steenvrucht. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen in diep, koud, stilstaand tot langzaam stromend, matig voedselarm tot matig voedselrijk, niet vervuild, helder, zoet, zwak zuur tot kalkrijk water. Vooral op de grens van zand en veen, maar soms ook op rivierklei.

Groeiplaats - Water (laagveenplassen, meren, turfputten, grachten, kwelgebieden, onbevaren vaarten, kanalen, brede sloten en rivieren).
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke wateren
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website