Gulden sleutelbloem

Primula veris


© Annie Vos

Ecologie & verspreiding
Gulden sleutelbloem is te vinden op zonnige tot licht beschaduwde, warme en vochtige, vrij voedselarme tot matig voedselrijke, meestal kalkrijke en stikstofarme, humushoudende bodems die kunnen bestaan uit zand, zavel, klei, mergel en löss. Ze groeit in kalkgrasland en op kalkrijke hellingen, in bossen en bosranden, in struwelen en op kapvlakten, op zandige stroomruggen in uiterwaarden en in de zeeduinen, op rivierdijken en in stinzenmilieus, in kanaal-, en wegbermen. Nederland valt binnen het Europese deel van het verspreidingsgebied. De soort is zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in het rivierengebied, Noord-Brabant en de Hollandse en Zeeuwse duinen en wordt ook als sierplant gebruikt. Deze Sleutelbloem is achteruit gegaan door biotoopvernietiging en de toegenomen bemesting. De bestuiving geschiet door hommels en vlinders en de bruinzwarte, wrattige zaden worden door de wind verspreid of door passanten, die de elastische bloemstelen beroeren. Vroeger werd ze medisch gebruikt als slaapmiddel en tegen hoest, kiespijn en borstaandoeningen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - juni

Hoogte - 0,15-0,30 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Worteldiepte tot 20 cm.

Stengels/takken - De stengels zijn behaard.

Bladeren - De langwerpige bladen zijn aan de voet het breedst. Ze versmallen plotseling in de steel.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De gele, 0,9-1½ cm grote bloemen staan dicht bij elkaar (soms wel dertig) in een naar één kant gekeerde, knikkende kluwen. De kroon is klokvormig. De zoom is geel met meestal vijf oranjegele vlekken aan de keel. De kelk is wijd klokvormig met eironde of driehoekige, stompe tot kort toegespitste tanden.

Vruchten - Een doosvrucht. De vruchten zijn korter dan de kelk. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, vrij voedselarme tot matig voedselrijke, meestal kalkrijke, humushoudende grond (zand, zavel, klei, mergel en löss).

Groeiplaats - Grasland (kalkgrasland en kalkrijke hellingen), bossen, bosranden, struwelen, kapvlakten, uiterwaarden (zandige stroomruggen), zeeduinen, rivierdijken, kanaalbermen, wegbermen en in stinsenmilieus.
Familie: Primulaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Kwetsbaar
Zeldzaamheid: zeldzame soort
Ecologische groep: kalkgraslanden
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website