Amerikaanse vogelkers

Prunus serotina


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 3,00-20,00 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Geen worteluitlopers.

Stengels/takken - De welriekende schors is bruin, maar jonge twijgen zijn eerst groen.

Bladeren - De giftige, breed lancetvormige, 5-12 cm lange bladeren verschijnen voor de bloemen en zijn enigszins leerachtig. In de herfst verkleuren ze geel, maar bij jonge struiken overwinteren dikwijls enige bladeren. De bovenkant van de bladeren is glanzend en kaal, maar aan de onderkant is de onderste helft van de middennerf zeer dicht behaard (de zijnerven zijn niet of alleen aan de voet behaard). De talrijke zijnerven (tot wel tot zestig paar) staan dicht opeen en springen weinig of niet uit.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen groeien vormen samen rechtopstaande, enigszins gedrongen trossen. Ze zijn minder dan een centimeter in middellijn, met vijf roomwitte, rondachtige kroonbladen en eveneens vijf kelkbladen. Er zijn twintig of meer meeldraden. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. De bloemsteel wordt 3-6 cm lang.

Vruchten - Een steenvrucht. De paarszwarte, bolvormige bessen worden tot ongeveer één cm in doorsnee. De kelk (het kroontje) is nog aanwezig bij de rijpe vrucht. De pitten zijn glad. De bessen zijn eetbaar, maar de smaak verschilt nogal per struik. De zaden zijn zeer kort levend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot voedselarme, zwak zure tot zure, kalkarme zandgrond.

Groeiplaats - Bosranden, bossen (loofbossen, vaak op verstoorde grond), struwelen, heide, zeeduinen (middenduinen), braakliggende grond en langs spoorwegen (verlaten spoorwegterreinen). Een kreupele vorm van Amerikaanse vogelkers werd sinds het begin van de twintigste eeuw als vulhout in produktiebossen op voedselarme grond aangeplant. Amerikaanse vogelkers werd spoedig een plaag in de bosbouw vandaar ook de bijnaam 'bospest'. De struik treedt vaak op in storingssituaties, zoals op kapvlaktes, waar door mineralisatie van de afgevallen bladeren en dode takken, stikstof in de bodem vrijkomt.
Familie: Rosaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: exoot (na 1900 verwilderd of aangeplant)
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website