Adelaarsvaren

Pteridium aquilinum


© Arie van den Bremer

Ecologie & verspreiding
Adelaarsvaren staat op zonnige tot half beschaduwde, droge tot vochtige, stikstof- en kalkarme, matig voedselarme, humeuze, vaak basenarme, zure grond (zand, leem, veen en uitgeloogde duingrond). Ze groeit in loof- en oude naaldbossen, in bosranden, op kapvlakten en brandplekken, in struwelen en op uitdrogend hoogveen, in ontkalkte binnenduinen en op droogvallende zandplaten. Verder in heiden en borstelgraslanden, op spoordijken, basaltglooiingen en muren, in akkers en in bermen. De plant heeft een wereldwijde verspreiding, maar komt niet voor in de grote woestijngebieden, de poolstreken en in het Amazonebekken. Ze breidt zich uit d.m.v. haar wortelstokken, sporen worden door de wind verspreid en kunnen alleen kiemen op kale grond, die kalk- en voedselarm is en tamelijk veel mineralen bevat. Het instuiven van meststoffen leidt tot uitbreiding. De soort is giftig maar vroeger werden de jonge scheuten gegeten. Ze werd voor verschillende doeleinden gebruikt o.a. bij het leerlooien en als matrasvulling. Medisch werd ze aangewend tegen Engelse ziekte.
Groep: varens (sporenplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: bossen op droge, zure grond
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website