Driedelige waterranonkel

Ranunculus tripartitus


© Kim Lotterman

Ecologie & verspreiding
Driedelige waterranonkel staat in zonnig, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur tot zwak basisch, weinig begroeid en stikstofarm, ondiep water en op modderige, kalkarme zand- en kleibodems. Ze groeit in sloten en vijvers, in tijdelijke poeltjes en afwateringskanalen, op venoevers en op 's winters overstroomde en 's zomers droogvallende plaatsen, op modderige plekken langs wegranden en in karrensporen in veengebieden. Deze plant is alleen bekend van West-Europa en Nederland ligt aan de noordgrens van het areaal. De soort was uitsluitend van Texel bekend waar ze in 1881 en 1951 is aangetroffen. Omdat de zaden zeer lang kiemkrachtig blijven zou ze hier opnieuw kunnen opduiken. Driedelige waterranonkel wordt gekenmerkt door niervormige, drijvende bladeren met meestal drie ondiep gelobde delen die het smalst zijn aan de voet. Verder heeft ze een behaarde bloembodem en zijn de witte kroonbladen 1-2 x zo lang als de teruggeslagen kelkbladen die tijdens de bloei blauwpaars aangelopen zijn.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 0,10-0,50 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken -

Bladeren - Ronde, drijvende bladeren met drie ondiep gelobde delen. Deze worden tot 4 cm breed. De ondergedoken bladeren hebben vlakke slippen. De steunblaadjes zijn vaak slechts tot halverwege met de bladsteel vergroeid.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De witte, aan de voet iets geelachtige bloemen worden 0,3-1 cm. De kroonbladen zijn tot twee  keer zo lang als de 1-3 mm grote kelkbladen. Deze hebben een blauwe band aan de top, die tijdens de bloei is teruggeslagen.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De vruchten zijn kaal en met een korte, rechte snavel. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plekken in voedselarm tot matig voedselrijk, ondiep water en op modderige, kalkarme en vegetatiearme plaatsen.

Groeiplaats - Water (sloten, tijdelijke poeltjes en afwateringskanalen), waterkanten (venoevers), 's winters overstroomde en 's zomers droogvallende plaatsen, op modderige plaatsen langs wegranden en in karrensporen in veengebieden.
Familie: Ranunculaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: voedselrijke wateren
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website