Pijlkruid

Sagittaria sagittifolia


© Bert Verbruggen

Ecologie & verspreiding
Pijlkruid staat in en langs zonnige, niet te diepe, luwe, ± voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende, heldere, stilstaande tot zwak stromende, zoete wateren boven een bodem die uit zand, leem en klei kan bestaan en verder een laagje organisch materiaal draagt. Ze groeit in en langs oevers van sloten en kanalen, van plassen en vijvers, van beken en kleine rivieren. Verder op luwe plekken in grotere wateren, in het zoetwatergetijdengebied en in verlandingsvegetaties. Het is een soort van de gematigde streken van het Noordelijk Halfrond en Nederland ligt geheel binnen het continentale verbreidingsgebied in Europa. De plant is vrij algemeen in een groot deel van Nederland, maar zeldzaam op de Veluwe en in het noordelijk zeekleigebied en wordt nog minder aangetroffen in Zeeland, de Flevopolders, de Waddeneilanden en Zuid-Limburg. De plant wordt ook gebruikt als sierplant voor vijvers en in Oost-Azië worden de knollen van Pijlkruid wel gegeten. Zie ook Breed pijlkruid!
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - september

Hoogte - 0,30-0,90 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, éénhuizig

Wortels - Met uitlopers.

Stengels/takken - De bladstelen en de stengels zijn 3-kantig.

Bladeren - In de wortelrozet worden eerst alleen lange, lintvormige bladeren gevormd die onder water blijven. In diep of snel stromend water zijn er alleen maar van deze bladeren. Later ontstaan er ook lang gesteelde bladeren, eerst drijvende, eironde tot langwerpige bladeren, die aan de voet afgerond of min of meer pijlvormig zijn. Tenslotte ontstaan er rechtopstaande bladeren met een boven water uitstekende, diep pijlvormige bladschijf.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant). De bloemen groeien in trosvormig gerangschikte kransen met meestal 3 bloemen. De bloemen zijn wit, aan de voet paarsgevlekt en 2 tot 2,6 cm groot. De binnenste 3 bloemdekbladen zijn wit en 2 keer zo lang als de 3 groene buitenste. De meeldraden zijn kaal. Paarsbruine helmhokken.

Vruchten - Een eenzadige dopvrucht of nootje. De sterk afgeplatte vruchten zijn groter dan die van Breed pijlkruid en de snavel staat aan de top van de vrucht. Eenzaadlobbig (kiemend met één kiemblaadje).

Bodem - Zonnige, luwe plaatsen in ondiep, soms wat dieper, matig voedselrijk tot voedselrijk, meestal neutraal (zwak zuur tot kalkhoudend), helder, stilstaand tot zwak stromend, zoet water met een bodem van klei, leem of zand met maar weinig organisch materiaal.

Groeiplaats - Water en langs oevers (sloten, plassen, kanalen, vijvers, grote beken, kleine rivieren, in groter water op plekken die tegen sterke golfslag beschut liggen, zoetwatergetijdengebieden en verlandingsvegetaties).
Familie: Alismataceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: voedselrijke oevers
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website