Bittere wilg

Salix purpurea


© Niels Jeurink

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - april

Hoogte - 0,90-3,00 m.

Geslachtsverdeling - éénslachtig, tweehuizig

Wortels -

Stengels/takken - De onderste takken hangen meestal laag boven de grond. De kale, dunne en rechte takken zijn glanzend geel of op zonnige plaatsen soms rood. Jonge twijgen zijn vaak rood aangelopen. Ze hebben een taaie, bitter smakende bast. Aan de voet zijn ze vaak bros.

Bladeren - De kale, vrij doffe bladeren zijn lijn-lancetvormig, met de grootste breedte dicht bij de top en worden 4-8 (12) cm lang. Aan de bovenzijde zijn ze donkergroen en van onderen blauwgroen. Bij het verdorren worden ze zwart. Alleen bij de top zijn ze fijn gezaagd. Meestal staan de bladeren voor groot een deel tegenover elkaar. Bladen zonder steunblaadjes.

Bloemen - Eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen). Tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten). Een deel van de katjes staat tegenover elkaar. Ze verschijnen iets eerder dan de bladeren. De 2-3 (4) cm grote, compacte katjes zijn in omtrek rond. De schutbladen zijn dicht behaard, aan de voet licht van kleur en aan de top zwart. Elke bloem heeft één honingklier. De mannelijke bloemen bevatten twee meeldraden, waarvan de helmdraden met elkaar vergroeid zijn, zodat er één meeldraad met vier in een kruis staande helmknoppen lijkt te zijn. De helmknoppen zijn voor het openspringen rood, na het opengaan worden ze geel en later bruinzwart. Vrouwelijke bloemen hebben een viltig behaard vruchtbeginsel zonder steel en een zeer korte stijl.

Vruchten - Een doosvrucht (katjes). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke, kalkrijke, vaak humusarme grond (zand, leem, stenige grond en klei).

Groeiplaats - Bossen (grienden en moerasbossen), waterkanten (rivieroevers, o.a. in grindbedden langs de Maas), natte ruigten, afgravingen (zand- en kleigroeven), uiterwaarden en zeeduinen (natte duinvalleien).
Familie: Salicaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: natte ruigten
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website