Naaldenkervel

Scandix pecten-veneris


© marcel bolten

Ecologie & verspreiding
Naaldenkervel staat op zonnige, droge tot matig vochtige, kalkrijke, stikstofarme tot matig-stikstofrijke, basische leem- en lössgrond en op zandige rivier- of zeeklei. Deze warmteminnende soort groeide en groeit in akkers en akkerranden (vooral met wintergraan,), op omgewerkte, ruderale plekken, in (verstoorde) bermen en op haventerreinen. Deze uit Zuidwest-Azië afkomstige soort, komt nu voor in een groot deel van Europa. Ze was en is op akkers vaak vergezeld door o.a. Ruw parelzaad, Akkerboterbloem, Getande veldsla en Kleine wolfsmelk. Vroeger werd deze soort veel gezien in het rivierengebied, in Utrecht, op de zeeklei van Groningen, en in Midden- en Zuid-Limburg en verder kwam ze verspreid voor door heel Nederland. De soort is zeer sterk achteruit gegaan ten gevolge van de intensieve akkerbouw en de daarbij horende vermesting en gebruik van herbiciden Sinds 1950 is ze ernstig bedreigd en tegenwoordig komt ze alleen nog zeer zelden voor in Zuid-Limburg en misschien ook nog in het rivierengebied.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 0,15-0,25 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels - Worteldiepte tot 50 cm.

Stengels/takken - De vertakte stengels zijn weinig afstaand behaard. Eerst zijn ze gevuld, maar later worden ze hol.

Bladeren - De bladeren zijn meervoudig geveerd met lijnvormige, getande deelblaadjes.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De bloemen vormen samen enkelvoudige schermen tegenover de bladeren en hebben elk 1 tot 3 stralen. Zen zijn wit en 3 tot 5 mm groot. De kroonbladen zijn langwerpig. Die van de buitenste bloemen zijn meestal groter. De rechtopstaande stijlen zijn kort. Meestal zijn er geen omwindselbladen en 5 omwindseltjes.

Vruchten - Een splitvrucht. De kort stekelharige, afgeplatte vruchten zijn 2 tot 8 cm lang, geribd en hebben een zeer lange snavel. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, niet te lichte grond (klei, zavel, zand, löss en mergel).

Groeiplaats - Akkers (wintergraanakkers), ruderale plaatsen, bermen (verstoorde plaatsen), bij haventerreinen (bij losplaatsen) en omgewerkte grond.
Familie: Apiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Ernstig bedreigd
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: kalkrijke akkers
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website