Zwartmoeskervel

Smyrnium olusatrum


© Claud Biemans

Ecologie & verspreiding
Zwartmoeskervel staat op half beschaduwde, vochtige, voedselrijke grond. Ze groeit op kliffen, in brakke habitats, in open randen van heggen en bermen. Verder op kleibanken en enigszins ruderale plaatsen, aan de randen van lichte bosjes die vaak sterk bemest zijn door vogels. De plant heeft een Middellandse Zee oorsprong en reikt tot in het kustgebied van noordwest Frankrijk en heeft voorposten in het Verenigd Koninkrijk en op Texel. Zwartmoeskervel werd op deze voorposten nooit verder dan 5 km uit de kust gevonden. De soort is zeer zeldzaam op Texel en wordt elders ook uitgezaaid of als verwilderde tuinplant aangetroffen. Ze werd vroeger gebruikt bij de bereiding van soepen, salades en stoofpotten. Alle onderdelen smaken naar selderij en de zwarte vruchten geuren naar gomwas. Medisch werd de plant vroeger aangewend bij tal van kwalen. Ze heeft een urineafdrijvende werking en werd aangewend tegen kortademigheid, astma en winderigheid en werd ook bij wondverzorging benut.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - mei - juni

Hoogte - 0,60-1,20 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stevige stengels zijn gegroefd en kaal. Eerst zijn ze gevuld, maar tenslotte worden ze hol.

Bladeren - De glanzend donkergroene bladeren zijn drietallig tot dubbel drietallig. De onderste zijn soms drievoudig drietallig. De deelblaadjes zijn eirond en grof gekarteld. De bladeren en zijtakkenzitten vaak in paren of in kransen van drie of vier. De plant smaakt naar selderij en wordt bij het koken donker.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De geelgroene bloemen, zonder kelkbladen, vormen dichte schermen met vijf tot vijftien stralen. Ze zijn ongeveer 3 mm. Er zijn nul tot twee omwindselbladen. De omwindseltjes bestaan uit zeer kleine blaadjes.

Vruchten - Een splitvrucht. De zwarte vruchten zijn eivormig, 7-8 mm en geribd. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Half beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke grond.

Groeiplaats - Bosranden (randen van lichte bosjes, die sterk bemest worden door vogels), heggen (voedselrijke zomen), enigszins ruderale plaatsen en klippen.
Familie: Apiaceae
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst: Gevoelig
Zeldzaamheid: zeer zeldzame soort
Ecologische groep: voedselrijke zomen
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website