Heidespurrie

Spergula morisonii


© Willem Braam

Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - april - juni

Hoogte - 0,07-0,30 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De stengels liggen op de grond, maar de zijstengels staan stijf rechtop. Soms zijn ze dun behaard.

Bladeren - De blauwgroene bladen groeien schijnbaar in kransen. Aan de onderkant zie je geen lengtegroef. Ze zijn smal lijnvormig en worden 1-2 cm lang.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De witte bloemen zijn 6-8 mm. Ze bevatten tien  meeldraden, maar soms zijn er minder. De kroonbladen zijn breed eivormig, stomp, bedekken elkaar aan de randen en zijn even lang als de kelkbladen.

Vruchten - Een doosvrucht. De zaden zijn plat en rond, met wratjes en een brede vliezige rand. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge, zeer voedselarme, zure, kalkloze zandgrond.

Groeiplaats - Zandverstuivingen, steile randjes en open plekken in heide, bermen, langs spoorwegen (steile kantjes in spoorbermen), zeeduinen, grasland (open plekken in droog, onbemest en zuur grasland), oude begraafplaatsen en rivierduintjes.
Groep: tweezaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Niet bedreigd
Zeldzaamheid: algemene soort
Ecologische groep: droge, zure graslanden
© 2024  FLORON
Ga naar de volledige website