Zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis


© Jelle Hofstra

Ecologie & verspreiding
Zomerschroeforchis groeit in heiden, in helling- en kalkmoerassen. In Nederland bereikt de soort de noordgrens van het verspreidingsgebied. Zomerschroeforchis is in de jaren vijftig voor het laatst in Nederland waargenomen. De soort is sterk achteruitgegaan door ontginning van de groeiplaatsen.
Herkenning (bron: wilde-planten.nl / Klaas Dijkstra)

Bloeitijd - juni - augustus

Hoogte - 0,10-0,40 m.

Geslachtsverdeling - tweeslachtig

Wortels -

Stengels/takken - De bloeistengel groeit vanuit het midden van het bladrozet.

Bladeren - De geelgroene bladeren vormen een rozet en er zitten er 1 of 2 aan de stengel. Ze zijn langwerpig, netnervig, staan bijna rechtop en zijn 6 tot 10 cm lang. De schutbladen zijn langwerpig en even lang als de bloemen.

Bloemen - Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De losse aar is in een spiraal gerangschikt. De 7 tot 8 mm grote bloemen zijn wit met een groene adering. De binnenste 2 bloemdekbladen zijn korter dan de buitenste. De lip is langwerpig-eirond, bovenaan cirkelvormig verbreed en fijn gekarteld.

Vruchten - Een doosvrucht met zeer fijne zaden. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bodem - Zonnige, ijl begroeide tot grazige plaatsen op vochtige tot natte, voedselarme, zwak zure tot vaak iets kalkhoudende, neutrale tot basische grond (veen en humeus zand).

Groeiplaats - Heide (moerassige tot vochtige plaatsen) en grasland (heischraal grasland, blauwgrasland en beekdalgrasland). Elders ook in zeeduinen (duinvalleien).
Familie: Orchidaceae
Groep: eenzaadlobbigen (bloemplanten)
Status: Rode Lijst (2012): Verdwenen uit Nederland
Zeldzaamheid: verdwenen
Ecologische groep: blauwgraslanden
© 2019  FLORON
Ga naar de volledige website